Uitgelicht

Looppraat: Thuis in het broek

In dit lichttheater heeft de wind vrij spel. Fijnbesnaard dirigeert hij het hoge gras als die beroemde pianospeler zijn teerhartige compositie. Het gras buigt elegant voor het ritme van dit bewind. Wilde bloemen delen de dans en geven het elastische groen de tint van het heersende seizoen.  Wind en wolken bespelen beurtelings het dansende licht met schaduwen die grillig glijden over het weelderige broek, alsof ze alle windrichtingen van dit broek lijken te willen verkennen. Soms geeft de wind zich gewonnen en claimt de ochtendzon een vroege hoofdrol. Deze koperen vuurbol ontwaakt dan roodgloeiend uit de nacht alsof de dag onder de rook van het provinciehuis niet starten mag. Dan licht het, die nacht in het broek neergestreken nog slapende wolkendek, dieprood op; Het Bossche broek staat dan even “in brand”. “Brand in het broek!” “Brand in het Broek!” De dirigent van dit spektakel aan deze horizon sprankelt dan weergaloos.

 

Na een korte aanlooproute sla ik rechts af het bruggetje de zacht wiegende Dommel over. Ik ben inmiddels lekker opgewarmd voor de eerstvolgende ochtendvoorstelling van het broek. Parels van inspanning gloren in dit licht. Mijn hardloopschoenen staarden mij al een paar dagen aan, lichtjes dwingend, om vooral toch maar te gaan. Wekker gezet. De kuiten gesmeerd. Kniekousen aan. Veters gestrikt. Lekker op pad. Op gevoel dat het wel goed zit. In mijn eigen ritme. Als altijd.

In de verte prijkt de Sint Jan, de statige eigenaar van deze horizon. Aan zijn voet is het goed toeven en proeven van het rijke Bourgondische Bossche leven. De mensen genieten normaliter. Flaneren over die gezellige markt, pakken een visje uit de hand, kopen wat spullekes, bezoeken het, bij artiesten, zo geroemde Theater, daar aan de Parade of gaan shoppen in die vele, vele strakke winkels in dit warme kloppende Hart van Brabant, daar, zo dichtbij het broek. Uniek! Daar heb je ook die gezellige Bossche cafés en ieder jaar in augustus “hedde” de boulevard. Het goudgele gekoelde vocht serveren ze er dag en nacht, dat smaakt daar altijd net iets beter dan ergens anders. Maar als je een vers bakkie koffie of thee wilt, dat staat daar natuurlijk ook altijd klaar. Heerlijk! Men serveert er ook de wereldberoemde echte Bossche Bol van bakker Jan de Groot bij het station. Dat zijn de lekkerste. Ge bent in Den Bosch welkom op ieder uur van de dag. Vriendelijk!

Maar in dit bijzondere tijdsgewricht is er even geen Bourgondisch Bosch leven. Dat kan nu niet. Later kan dat vast weer. Nu moeten we het hebben van het gegeven alternatief, van de ruimte die we hebben in Nederland, van de ruimte van dit broek, de horizon en de endorfines die, al hardlopend, lekker door het lijf gieren, hormonen van geluk die kilometer na kilometer onze ijver sporen. Ik draai dan terug naar Vught. Lekker nog even ik en mezelf in de inspanning, de zon, de wind, hun dansende schaduwen en al die andere verrassende elementen van het broek in deel twee van een vruchtbare galavoorstelling. Ik draai terug naar de Dommel. De helderblauwe slagader van het broek en voel me even één met het broek. Die zit vandaag als gegoten netjes op afstand van alles.

Looppraat 21, less is helaas more

Afgelopen anderhalf jaar boekte ik veel progressie met hardlopen. Dat ging, zoals ik al eerder meldde weliswaar met vallen en opstaan, in een opwaartse lijn. Niet zo hard als toen, maar wel gestaag. Zo verdroeg het lijf de eerste maanden twee zeer rustige trainingen en lukte het na een tijdje om in een rustige modus er drie soms vier iets sneller in een week te doen. Het ging iedere maand, in combinatie met Yoga, krachttraining, verbeterde uitrusting, etc., telkens weer beter en dat motiveerde enorm. Het ging na een tijdje zelfs met grote stappen vooruit, ik rende lekker telkens weer verder en sneller, ik was daar weer “out in the open fields”, na jaren mijn zweetdruppels in de fitnessclub bij mij om de hoek te hebben verzameld. Het was een feest. Het geeft een kick.

De laatste maanden boek ik in mijn gemotiveerdheid, echter, niet meer zo’n progressie. Het ging eerder slechter dan beter, “De lucht” in de spieren lijkt eigenlijk alleen maar te verminderen, ondanks de training. Ik heb, zoals ik ook al eerder meldde, dit jaar ingezet op verhogen van de snelheid en vergroten van paslengte. Mijn hoofd was daar wel klaar voor, maar het lijf dacht/denkt daar echt anders over. Het is in de weerstand gaan zitten. “Dit gaat te snel jongen! Daar werk ik even niet aan mee. PUNT.” En dat kwam tot uiting in allerlei kleine zeurende blessures steeds weer op een andere plek in de benen, waardoor het tempo omlaag moest en/of trainingen gewoonweg niet konden worden gedaan terwijl ik dus eigenlijk meer wil gaan doen om de snelle progressie door te zetten. En dat is dus heel frustrerend als je super gemotiveerd bent; je moet minder doen, maar je wil meer doen omdat het steeds weer vooral ook zo’n kick geeft om die progressie te boeken. Het is een soort hardloopdope.

Is dit de standaard valkuil van die over-gemotiveerde hardloper, waar ik ook op 54-jarige leeftijd nu weer in tuimel? Het lijkt er ook op dat ik onbewust wil trainen zoals ik dat toen deed, voor het laatst dus een jaar of vijftien geleden in mijn wedstrijdtijd. Het lijkt zo te zijn geprogrammeerd zodra ik de hardloopschoenen onder mijn voeten heb gebonden. De spieren nemen wanneer ik aan het rennen ben “het denken” van mij hoofd over en willen vooral “gaan” met die banaan. Zoals toen. Maar dat gaat niet omdat ze zo sterk niet meer zijn, maar vooral ook omdat ik ondertussen wat jaartjes ouder ben en heb ingeboet aan souplesse en vermogen. Ik wist eerlijk gezegd eigenlijk ook niet goed op waar mijn grenzen liggen, deze lijken dagelijks te verschuiven en ik word, met het overschrijden daarvan, dagen later, achteraf dus, priemend geconfronteerd. Je moet me soms een volgende ochtend naar beneden zien strompelen en dan ben ik geen eens echt geblesseerd. En dat houdt soms wel dagen aan.

De klad in het gemakkelijk boeken van progressie, zoals die anderhalf jaar daarvoor, zit er dus al een paar maanden flink in. Kennelijk heb ik een soort onzichtbare grens overschreden en die moet ik beter gaan herkennen. Er moet een nieuw plan komen. Het moet anders. Nee, ik moet terug naar het oude plan, dat van die behoedzame opbouw. Dat ging goed. Dat kan niet anders. Dat moet het worden! Het is een kwestie van de spieren afremmen en de hardloopgeest te temmen. Ik heb wel eens gehoord dat een lichaam wel 4 a 5 jaar nodig heeft om een looplijf te worden. Ik ben dus pas op de helft! Het moet een tandje, met name in tempo, terug om tijden en de afstanden verder te verbeteren. Dat klinkt en voelt tegenstrijdig, maar het is de keiharde waarheid. “ Mijn persoonlijke grenzen zijn, hoewel dat ingewikkeld blijft, inmiddels wel redelijk in beeld, dat is de winst na 2 jaar, na 40 jaar rennen, daar kan op worden doorgebouwd, en onthoud, zeg ik maar tegen mezelf, dat “less is, al valt dat niet mee om te geloven, in dit geval more!”

Looppraat 20. De Trainers.

Na al die jaren hardlopen dan kan je stellen dat er trainers komen en gaan. Ik heb verschillende trainers gehad met allemaal hun eigen visie op het hardlopen. Wat ik zo al kan vaststellen is dat ze allemaal met hun ziel en zaligheid in deze sport zaten. Stuk voor stuk waren het mensen die het goed voor hadden met de atleten allemaal op hun eigen manier. Zo heb ik vanaf 1982 getraind bij Joop Verweij, Petra van Limpt, Leo van den Broek, Huub Kiviet, Haico Scharn, Theo Joosten, Gerard Kitslaar en Tonnie Dirks en nu train ik op gevoel met de inzichten die deze fijne mensen mij in de jaren verschaften. Hieronder ga ik in op mijn ervaringen met de individuele trainers. 

Joop Verweij 

Joop was zelf geen hardloper meer ten tijde dat ons mij trainde. Ik herinner me dat hij gezet was, maar uitstraalde veel verstand van hardlopen te hebben. Ik was nog junior ( een jaar of zestien) toen ik voor het eerst bij hem kwam trainen. Zijn zoon was iets ouder en trainde ook mee. Hij nam me een beetje op sleeptouw. Ik was direct sneller, maar dat vond hij eigenlijk alleen maar erg leuk. Hij was niet afgunstig. Het waren mensen die me leerden dat je iemand met meer talent dat ook kunt gunnen. 

We hadden een min of meer traditionele training afgestemd op het heersende seizoen waar bij we kort wat inliepen, een groepswarming up met veel gezellige klets en binding in de groep, dat deden we in een cirkel op een vrij gedeelte van de atletiekbaan, daarna loopscholing en de tempo’s in groepjes ingedeeld op snelheid, dinsdag avond lange tempo’s, donderdag-avond kort, waarna je zelf maar wat moest uitlopen. 

Hij volgde ondertussen alles van iedereen op zijn stopwatch, niets ontging hem. Ik was onlangs overgestapt van allround-atletiek naar de specialisatiegroep omdat ik er talent voor had. Dat liet hij blijken. Hij was blij dat ik er bij was gekomen, althans zo liet hij mij dat voelen. Alles was nieuw voor me, veel herinneringen van zijn trainingen heb ik niet. Het is dan ook al zo lang geleden. Wat bijzonder was aan zijn trainingen, wat ik me nog wel herinner, was dat we in de winterperiode tempo’s deden met verstorende elementen er in, hij liet ons over lage hordes en de steeplebalken springen tijdens de tempo’s kriskras over het terrein, waar we, naar zijn mening, sterker van werden. Ik geloof het graag. Ik herinner me dat Joop, tijdens crosswedstrijden in de bossen zijn atleten zo veel mogelijk wilde zien en aanmoedigen en zelf, waar mogelijk, van punt naar punt rende om ons te zien. Dat viel niet mee met zijn postuur. Hij was aan het einde van de wedstrijd meer buiten adem dan zijn atleten. Helaas is hij ons al een lange tijd ontvallen. 

Petra van Limpt 

Na dat Joop moest stoppen vanwege allerlei gedonder binnen de vereniging nam zijn pupil Petra van Limpt het stokje over. Petra was een snelle 800 meter loopster op nationaal niveau en liep ook in zijn groep. Ze had een cursus loopgroepen gedaan, wist goed waar ze het over had. Zo maak je onderdeel uit van de groep en zo sta je plots als trainer voor de groep. Ik herinner me dat ik niet lang bij Petra heb getraind. Niet dat dat aan de inhoud van haar training lag, het lag meer aan mijzelf. Ik vond het moeilijk om de accepteren dat zij ons training gaf. Ik had op die leeftijd behoefte aan iemand die een beetje dominant en enthousiasmerend was, iemand die echt boven de groep stond in plaats van iemand uit de groep die het beste met ons voor had, goed wist wat er moest gebeuren, maar niet boven de groep stond, althans voor mij. Ik heb een winter bij Petra getraind en ben toen puberig recalcitrant overgestapt naar de marathongroep, de groep van Leo vd Broek. Petra was ambitieus en zette de manier van trainen van Joop voort. Ik herinner me dat we al vroeg in het voorjaar met snelheid bezig waren en blessures bij mij op de loer lagen. Ook heeft ze goedbedoeld gepoogd om me regelmatiger te laten trainen, door bijvoorbeeld te eisen dat ik me af moest melden als ik niet kwam. Dat was ik niet gewoon. Het werkte bij mij averechts. Ik gooide de kont tegen de krib en verliet achteraf gezien toch wel stronteigenwijs, nergens goed op aanspreekbaar, de groep. Wanneer je het doel hebt om beter/ sneller te gaan lopen, had ze denk helemaal gelijk, helaas lukte het ons niet om op elkaar aan te sluiten. En dat is denk ik een belangrijk onderdeel van een succesvolle trainer-pupil relatie. 


Leo van de Broek/Huub Kiviet, 

De Brabantse Leo sprak als mens deze recalcitrante puber van toen meer aan. Ik ging bij de marathongroep van Leo trainen eigenlijk zonder dat ik wist hoe zijn trainingen er precies uitzagen. Ik zag ze ook altijd rondjes lopen en in de kantine hadden ze de grootste schik. Dat sprak me erg aan op die leeftijd. Ik werd warm opgenomen in de groep en heb daar een tijd lang prettig getraind. Ik liep als ik het me goed kan herinneren op het traditionele schema mee en paste het in samenwerking met Leo aan wanneer het te ver was. In de aanloop naar het baanseizoen kreeg ik van Leo een apart schema. Dat voelde goed en ik was van de partij. Ik had een klik met Leo en hij begreep het wel en liet het allemaal maar gebeuren. Daarmee deed hij het juiste, hield me erbij. Ik liep ver voor de groep uit en liep mijn tempo’s in die tijd altijd alleen.

Na verloop van tijd was er wel conditie maar was er weinig progressie. Samen met de sportmasseur Huub, die ook bij Leo trainde, maakten we een plan om dat te veranderen. Huub zou me gaan begeleiden bij het specifieker te gaan trainen. Hij stond ook in nauw contact met een sportfysiotherapeut die het op afstand volgde. We besloten de kern van onze training te gaan baseren op een theorie dat je het meeste rendement van de trainingen zou hebben bij 4 of 5 harde tempo’s van 2 minuten en daartussen lange rust nemen tot je weer hersteld bent. Ik liep die periode op de dinsdag avond 4 a 5 maal 700 meters (kleine 2 minuten) en verzuurde volledig en nam een minuut of zes daartussen rust. Op donderdag deden we kort sprintwerk. In het weekeinde gewoon bos training en de herstelduurlopen waren niet langer dan 30 minuten. Het ging niet helemaal goed, omdat ik gaandeweg steeds meer opzag om naar de training te komen omdat ik wist dat ik zo kapot zou gaan op dinsdag en de vermoeidheid hierdoor cumuleerde met als gevolg dat, zodra het wedstrijdseizoen op stoom was ik “opgebrand” was. Wel heb ik in dat jaar een persoonlijk record gelopen op de 800m (1:51)en 1500m 3:49), maar de pijp was echt leeg nog voor het seizoen eindigde. En de 700 meters op de dinsdagavonden gingen naarmate het seizoen vorderde steeds trager. Ik deed ze te hard. 

Note: ik denk dat het doelmatig is om wekelijks op twee minuten tempo te trainen, maar dat moet ingetogener, ik deed ze veel te snel en stemde het niet af met hoe ik me voelde die dag. Als ik het opnieuw zou doen zou ik dit element zeker opnemen in de training, maar dan langzamer en vooral speelser. Meer afwisseling zoeken in de 2 minuutjes interval door pauzes te variëren, deze te combineren en vooral af te stemmen op hoe een atleet zich mentaal en fysiek voelt die dag. Een atleet is geen superman! Ook het weer is overigens van invloed. 

Enfin, de samenwerking met masseur Huub en Leo was inspirerend en resulteerde in twee mooie PR’s, maar was zeker niet duurzaam. 

Theo Joosten 

Na verloop van tijd kwam flamboyante Theo Joosten voor de middellange afstandsgroep van PH in beeld. Theo had bij AV Nijmegen veel successen geboekt met kampioenen 800 m-lopers waarvan er 1 zelfs in de Europese top liep. Ze hadden hem weten te strikken om bij PH training te geven. Ik besloot om weer terug te gaan naar de midden-lange afstandsgroep om onder zijn leiding mee te gaan trainen. Theo was een bijzondere man met een geheel eigen stijl van training geven. Theo zette primair in op een klick met zijn atleten, vooral met de paradeaardjes. Hij was zelfs op verjaardagsfeestjes van zijn atleten aanwezig en mengde gemakkelijk tussen de jonge mensen. Hij voelde zich daar erg thuis. Hij kletste gezellig mee en legde gemakkelijk verbinding, kletste overigens af en toe wel erg vaak over zijn snelste paradepaardje, was daar trots op, maar probeerde zo zijn PH-renstal ook te prikkelen. Theo keek in mijn beleving voor de training begon naar het weer, keek naar zijn atleten, wist wat ze afgelopen weken hadden gedaan en besloot dan wat ze moesten doen. Dat ging in een soort schwung. Hij had een apart zintuig voor loopdingen. 

Zo herinner ik me een warme zondagse lenteochtend. Theo besloot om eerst het bos in te gaan, hij gaf aan om na de bostraining nog wat energie over te houden want we gingen nog “iets” op de baan doen. In het bos liepen we losjes onze tempo’s rekening houdend met de opdracht die hij ons gaf. En toen we terug op de baan waren gaf hij aan dat we onze spikes aan moesten doen. Hij gaf dan de opdracht dat twee maal vierhonderd meter gingen doen, hard en maar niet voluit. En zo gebeurde het: eerst nog wat loslopen, wat drinken, het zonnetje stond hoog aan de hemel en daar gingen we voor de eerste vierhonderd meter. Ik liep 52,0 evenaarde bijna mijn PR! Na een bostraining! En ik was tot mijn verbazing nauwelijks verzuurd. Dat had ik nog nooit op training gelopen! En na een paar minuutjes actieve rust deden we ontspannen nog een vierhonderdje en ik liep prompt precies mijn PR. Ik kon mijn ogen niet geloven. Heb ik dit gelopen? Hoe doet die man dat? Hoe kan dat? Het deed wel pijn, maar ik verzuurde niet zoals ik dat altijd doe op een vierhonderd bij deze snelheid. 
Ik weet niet hoe lang Theo ons getraind heeft, de reisafstand naar Vught was meen ik groot, waardoor het steeds moeilijker werd om op tijd te komen. Wat precies zijn geheim was heb ik toch niet helemaal doorgrond. Maar bijzonder was het wel. Hij is daarna beroepstrainer bij Jos Hermes geworden, trainde veel Afrikaanse topatleten uit zijn stal. Ik vond het fijn dat ik dit heb mogen ervaren 

Note: het is belangrijk dat een trainer in goede verbinding staat met zijn pupillen, om rekening te houden met het weer en voor de training goed te kijken naar de gesteldheid van de atleten. Theo benaderde de midden-lange afstand overigens vanuit snelheid, souplesse en talent. Daar viel, met name, zijn oog op. Hij trainde zijn atleten (on)bewust ook mentaal. 



Haico Scharn 

Na Theo Joosten kwam een ander nationaal “kanon” ons training geven. De heer Haico Scharn himzelf! Haico (oud-militair) was jarenlang kampioen (de beste) van Nederland op de middellange afstand. Hij was overigens getrouwd met sprintster Els Vader, een supersnelle tante diverse keren nationaal kampioen op de 100m bij de dames. (Ze is ons helaas afgelopen jaar ontvallen). Haico was van de harde school en had al heel wat Nederlandse topatleten getraind. Haico liet zijn atleten hard trainen, alleen de sterksten hielden het vol. Dit betekende eigenlijk dat je er alles voor opzij moet zetten wil je het laten lukken. Dat is misschien de moeite waard voor de allerbesten, maar voor mij persoonlijk was dat niet de weg. Ik respecteerde hem zeer. Hij is wat je noemt een goeie vent. Hij kreeg naar mijn mening weinig voeten aan de grond bij PH. Hij kwam ten tijde van de eerste commerciële hardloopclub van Nederland, Schuurmans Afbouw-runners uit Vught. Haico is maar even bij PH gebleven. Ook bij hem zal de afstand naar Vught een rol hebben gespeeld. 

Note: ik was er bij Huub al achter gekomen dat de Spartaanse wijze van trainen niet de weg is voor mij. Achteraf gezien kan ik concluderen dat wanneer ik “Spartaans” trainde het twee maanden op was en twee maanden af was, door, denk ik, de disbalans die door het harde trainen ontstond. Om de absolute top te halen is dat wellicht de weg. Maar deze is voor slechts weinige weggelegd. In Nederland is op een Spartaanse wijze trainen sowieso bijna onmogelijk door al die maatschappelijke verplichtingen die over het algemeen belangrijker worden gevonden door naaste omgeving, wat het bedrijven van serieus middellange afstand lopen aan de top extra moeilijk maakt. Je moet dan sterk in jouw schoenen staan om je niets aan te trekken van de heersende moraal. In andere landen is dat gemakkelijker denk ik. Toch lukt dat sommigen. En dat is harstikke knap! Ik denk aan Luc Krotwaar bijvoorbeeld.  (Haico is 10 juni jongstleden, enkele maanden na zijn vrouw helaas overleden)

Tonnie Dirks 

Op een gegeven moment kwam ik op een punt in mijn hardloopcarrière dat ik voor de marathon wilde gaan. Inmiddels was ik incidenteel trainingsmaatje van Tonnie Dirks geworden en daar hadden we erg veel plezier in. Tonnie had al wat supersnelle marathons (2:12 uur!) gelopen en was diverse keren Nederlands veldloopkampioen. Ik dacht: laat ik hem eens vragen of hij mij van een trainingsschema wil voorzien voor de marathon. Dat vond hij hartstikke leuk en zo geschiedde het. Ik trainde voor de marathon op een schema van de grote Tonnie Dirks, die eigenlijk maar een heel gewone Brabantse jongen bleek te zijn die gewoon moet poepen en piesen zoals wij allemaal. Ik liep de marathon (Tonnie was zelfs nog bereid om voor mij te hazen!) en bleef bij hem trainen omdat hij ondertussen was aangesteld als trainer bij ons cluppie. Hij benaderde de middellange afstand op een totaal andere wijze dan dat wij tot nog toe hadden ervaren. Zijn herstelduurlopen zette hij op 60 minuten, waar ik bij andere trainers vaak op de helft uit kwam. Zijn baantrainingen waren niet op snelheid gericht maar op duur. Lang inlopen, veel herhalingen van tempo’s op een lage intensiteit met korte pauzes. En in de winterperiode liepen we de donkere polder in om dijkopwaarts massa’s voor mij geestdodende tempo’s te doen. Op en neer, steeds weer. Tonnie miste geen training en ontfermde zich altijd over zijn atleten. Hij is een zorgdrager en draagt de zorgen. Een goed mens die het beste voor heeft met de mensen in mijn naaste omgeving. Het is iemand die je graag in jouw kring hebt en waar je de grootste lol mee kunt hebben bij het uitgaan of op vakanties. We zijn dan ook vaak op pad geweest, met de ploeg van PH europa in, maar ook privé lekker een weekje op trainingsstage op 1500m hoogte in Sankt Moritz Zwitserland en voordat je het weet dan heeft hij een uier van zo’n berg-koe te pakken en spuit hij je helemaal nat met verse Alpenmelk. Wat hebben we gelachen. Wat hebben we fijn getraind, die Tonnie was daar als atleet niet te stoppen, wauw wat een vermogen had die gast! Daar zagen we het verschil wel tussen de tobber en de topper. Enfin: Tonnie als trainer: ik heb een paar jaar bij hem en met hem getraind, maar heb moet ik eerlijk zeggen het trainingsschema nooit echt helemaal gevolgd. Dat lukte niet omdat ik, denk ik, achteraf gezien, mijn tempo’s te hard deed, waardoor ik steeds weer te vermoeid raakte, onvoldoende herstelde en die herstelduurloop van een uur voor mij geen hersteltraining was, maar de vermoeidheid juist cumuleerde en ik weer in een cyclus belandde van twee a drie maanden op, twee a drie maanden af. 

Note: je kunt je op de middellange afstand ook verbeteren met als basis duurtraining en tempo’s op een lage intensiteit. Trainingen zijn niet spectaculair, eerder saai, maar ze zijn wel duurzaam. Als ik het opnieuw zou doen zou ik de lange duurlopen op een lage snelheid eens per week in de winterperiode veel prominenter in het schema inpassen. Als ik praat over lange duurlopen overigens dan heb ik het over duurlopen > 25 kilometer (opgebouwd natuurlijk). Dit geeft de atleet inhoud en dat stukje inhoud is juist het verschil, kan in combinatie met lange en korte tempo’s juist leiden tot een PR ook op de korte afstanden als 1500 m. 


Gerard Kitslaar 

Gerard is nooit officieel mijn trainer geweest. We trainden wel samen in het krachthonk waar hij als ervaringsdeskundige de leiding nam. We deden krachtoefening gericht op hardlopen en daar had hij in die jaren goed kijk op gekregen. Het doel was de spieren en de pezen te sterken zodat we de trainingen beter aankonden. Een additionele training ten tijde van Theo Joosten. We trainden met een groepje van vier en voelden dat het goed was. Bovendien was het goed om, terwijl we aan de halters rukten, trainingen te bespreken. Wat ging er goed, wat niet. Gerard loopt al wel “honderd jaar” hard, was en is eigenlijk nog steeds een beetje een einzelganger die in de krachtruimte zijn kennis en visie met ons deelden. Ik zag het als welkome aanvulling op het hardlooppakket zoals dat er lag. 

Note: van de trainingen van Gerard heb ik geleerd om hardloopsport niet alleen te benaderen vanuit het lopen. Het is nodig om dat met regelmaat vanuit een ander perspectief te zien, te doen. Daar mag je een periode best een hardlooptraining inleveren. Dat is goed. Dat geeft energie en motivatie. Vanuit het krachthonk bijvoorbeeld kan je stellen dat het de pezen en spieren sterk houdt, om te voorkomen geblesseerd te raken. Het is denk ik ook goed voor de mindfulness. Ik denk dat het ook goed is om trainingen te bespreken, je doet je lijf soms ook flink geweld aan! Deze kunnen dan fysiek en mentaal beter worden verwerkt. 

Dat Joop zich de longen uit zijn lijf liep bij de wedstrijden van zijn atleten, dat Petra best ingewikkeld het stokje van hem overnam terwijl zij van de groep deel uitmaakte en het eigenlijk erg goed deed. Dat Theo ons liet zien hoe het ook kan, door goed te kijken naar zijn atleten, het weer, de omstandigheden en liet zien dat verbinding met atleten een belangrijk element is om te presteren. Hoe Tonnie zich grenzeloos ontfermt over zijn atleten en liet zien dat het ook vanuit de rustige duurlopen kan: de atleet als een soort monnik. En Gerard zich informeel zich opwerpt als krachtrainer en sportpsycholoog van dat stel jonge honden in the gym en Huub het probleem zag en een uitdagende oplossing bood. Samen met Leo die toen zo wijs die jonge hond de ruimte gaf en er toch bij hield. En Haico die het weer op zijn eigen spartaanse manier benaderde waar alleen de allersterkste het volhielden. Chapeau! En dat deden ze er naast hun werk allemaal zo maar bij. Wat een energie! Respect! Maar de belangrijkste les die ik getrokken heb is, voor welke trainingsmethode je ook kiest je altijd met een zekere ingetogenheid, met de rem er op, moet trainen en dat beetje extra wat je kan geven moet bewaren voor de wedstrijden. Maak van trainingen geen wedstrijden!


Maar wat heb ik genoten om deze mensen een beetje te leren kennen, ze zijn allen uniek, hebben allemaal wat gebracht. Zij verdienen stuk voor stuk een gouden medaille! Chapeau!

Looppraat 19, FACTOR Snelheid

Een kleine twee jaar ben ik al weer bezig met hardlopen na zo’n jaar of vijftien de hardloopschoenen aan de wilgen te hebben gehangen. Het begon, zoals ik al eerder een keer meldde, met een stukje het dorp uit rennen richting de eerste boerderij langs de Esscheweg en weer in datzelfde slakkengangetje terug naar huis. Een minuut of tien hoogstens. En wat voelde ik mijn kuiten toen! Gaandeweg de opbouw lukte het om weer wat verder en vaker te lopen. Door veel actieve rust, zoals ze dat zo mooi noemen, te nemen en door aan diverse “knoppen” te draaien lukte het die anderhalf jaar met vallen en opstaan om de draad van het hardlopen drie, vier keer per week, op te pakken. Het succes was, met name, toe te schrijven aan die totaal andere, veel stevigere, moderne hardloopschoen waar ik, op advies van een docent fysiotherapie, op was gaan lopen. Ik ben inmiddels toe aan mijn derde paar.

Het lukte tot eind 2020 dus aardig om de draad weer op te pakken met als hoogtepunt een dertig kilometerrun over de mooiste landerijen rondom Vught. En wat voelde dat allemaal goed. Ik had mijn hobby terug! In de winter 2021 veranderde er na anderhalf jaar opbouw voor mijn gevoel iets. Mijn lichaam was afgelopen periode weer enigszins getransformeerd tot die van een hardloper. Ik was een kilo of 8 afgevallen, de pezen en spieren hadden zich weten aan te passen, het hart versnelt en vertraagt gemakkelijk met de ingezette loopsnelheid en het lichaam voelt zich weer fijn in de beweging. Ik merkte dat ik onbewust “meer” wilde, meer van dat zoals ik dat toen (in die jaren) gewend was. Het een aantal keren per week “alleen nog maar” een uurtje hardlopen bracht me minder voldoening dan dat jaar eerder. De prikkel om verder en vooral sneller te lopen kreeg steeds meer een dominantere rol in mijn motivatie om te gaan hard lopen. Dat ik weer een uur rustig kan rennen is ondertussen zo normaal geworden, dat dat geen kick meer geeft zoals een jaar eerder. Ik streefde er, denk ik, meer en meer naar om het weer te gaan doen zoals ik dat toen deed, gewend was. Dat is voor mij “de normaal”, zo is dat in de jaren in de mentale constructie “geprogrammeerd”.

Lopers op strava brachteninspiratie om die bepaalde afstand of dat bepaalde segment ook eens op snelheid te gaan “doen”. Ook wilde ik wel eens eerste eindigen in het weekklassement van het internet-hardloop-cluppie waar ik lid van was geworden. Dat geeft toch een kick die ik vroeger ook wel eens had. Niet dat ik daar maar iemand echt van ken, dus wat doet dat er eigenlijk toe???! En bovendien ben ik geen 20 meer, maar 54 jaar, waarom zou ik de strijd aan gaan? Ik ben toch inmiddels wel wat wijzer dan dat? Maar ik moet erkennen: het zit nu eenmaal in de aard van het beestje. Dat gaat niet weg. Dat vuurtje brandt nog steeds! De snelheid op de trainingen ging dit kalenderjaar dus omhoog en conditioneel gaf dat geen probleem met de basis die inmiddels was opgebouwd. Op hogere snelheid hardlopen lukte conditioneel gezien dus goed, maar al direct speelden “pijntjes” en blessures een ongewenste hoofdrol en hakte intensieve recordpogingen er meer in dan vroeger: Was ik vroeger na een goede nacht slapen de volgende dag hersteld, heb ik nu soms wel een week nodig om te herstellen van een weinig indrukwekkende recordpoging. Ik ben geen achttien meer, dat geeft mijn lijf genadeloos aan. Het dwingt me wanneer ik de dagelijks verschuivende grens van wat mogelijk is overschrijdt om direct het aantal trainingen en de snelheid terug te schroeven om grotere blessures te voorkomen of om voldoende te herstellen.

Er moest bij het inbrengen van de factor snelheid door klein blessureleed direct veel gas worden terug genomen, zelfs ten opzichte van die periode daarvoor en ik bereikte het tegengestelde van wat ik eigenlijk wilde. Dat maakt deze fase van opbouw erg moeilijk, frustrerend soms. De cardio kan meer, het hoofd wil meer, maar de spieren en pezen zijn de beperkende factor, willen minder, kunnen moeilijk meer. Het is “op eieren lopen” wanneer je snelheid weer een factor laat zijn. Dat is wat ik eigenlijk al wist, maar waar ik de laatste maanden opnieuw voelbaar op ben gewezen. Ook de factor snelheid moet zeer behoedzaam worden opgebouwd zoals het opnieuw oppakken van deze hobby vorig jaar. Het zijn hardloopwetten!

De factor snelheid heeft ook tijd nodig, veel tijd, misschien nog wel meer dan me lief is, wetende dat substantieel sneller lopen op deze leeftijd ook beperkt is. Dit “oude” hardlooplijf heeft tijd nodig om zich daar op aan te passen! Daar moet een plan onder liggen! Goede adviezen neem ik overigens ter harte. In ieder geval: rustig aan opbouwen dus en die kick van de snelste te willen zijn vooral moet ik op deze leeftijd maar laten. Al valt dat niet mee, gezien de aard van het beestje.

ANWB-koppels.

Al heel wat jaartjes zijn mijn vrouw en ik van het actieve outdoor-leven. We wandelen, lopen en fietsen er flink op los. We houden er dus van om buiten te zijn en er zo nu en dan lekker op uit te trekken zoals velen met ons. Wat ons die afgelopen jaren, onder andere, vaak opviel waren de ANWB-koppels. Dat zijn getrouwde vaak wat oudere stellen die in de jaren op elkaar zijn gaan lijken maar vooral duidelijk zichtbaar vaak ook samen gunstige inkopen hebben gedaan. Zo hebben ze, denken wij, mooie kortingen bedongen bij de aankoop van hun regenpakken/windjassen. Het zijn vaak weinig sexy ogende oerdegelijke pakken die men nadrukkelijk same draagt en waarschijnlijk heeft gekocht, zonder veel oog voor schoonheid, met de zorgvuldig opgebouwde korting, vanwege hun dik betaalde diamanten lidmaatschap, bij de ANWB. Het zijn van die jassen uit zo’n actie van “Twee voor de prijs van anderhalf” of zo iets met dan al oude kleuren. Daar kan je als prijsbewust oer-Nederlands stelletje rationeel gezien toch absoluut geen nee tegen zeggen als zo’n kans zich plots voordoet! De kleur is daaraan ondergeschikt hoor, dat zal men toch wel begrijpen! En daar wringt de schoen.

Je ziet ze dan parmantig naast elkaar lopen of fietsen met degelijke Human nature-jassen van zo’n kwaliteit dat ze nog minstens “een eeuw” mee gaan en dat was nou precies de bedoeling van Henk en Truus. Want het leven is toch al duur genoeg!

Ze houden overigens meestal van fietsen en hebben min of meer eenzelfde gelijkgestemde blik in hun ogen, hebben vaste dagelijkse patronen en weten, precies wat de ander denkt of irriteert in bepaalde situaties. Vullen het in, sluiten daar weinig spannend naadloos op aan of kibbelen wat. Ze zijn misschien onbewust er mee gestopt om zelf na te denken? Maar wellicht zijn dit de juiste ingrediënten van een goed langdurig huwelijk. Of dat ook staat voor geluk dat vraag ik me af. Zij lijken hun individuele voorkeur voor smaak en gevoel gaandeweg het huwelijk te zijn kwijtgeraakt, te hebben ingeleverd voor een verstikkende saamhorige degelijkheid? En fietsen al mokkend door. Wij kijken elkaar vaak aan als we zo’n stel dan zien en weten dan ook van elkaar wat we denken: “daar heb je ze weer, een ANWB-stel! Dat willen we dus nooit in ons huwelijk!”

Zo gingen wij vorige week weer eens aan de wandel op een etappe op het Pieterpad. De 20e deze keer. Mijn vrouw had zich aangekleed terwijl ik eerst een douche nam en ging al vast naar beneden om de aankomende wandel-dag voor te bereiden. Toen ik, na het douchen, aangekleed was ben ik direct naar buiten gegaan om de hond uit te laten zodat we snel konden vertrekken. We pakken zo allebei onze rol. Ik doe vervolgens de fietsen en al snel zijn we onderweg naar de plaats van bestemming. Dat gaat, na al die jaren dat voor zessen te hebben gedaan, nu in de eenvoud van met tweeën er op uit trekken als een geoliede machine: zonder dat er dus veel afstemming voor nodig is.

Enfin, zo waren we dus ruim een uurtje later al snel aan de wandel en zagen eigenlijk toen pas dat we voor precies dezelfde kleding hadden gekozen. We constateerden tot onze grote schrik dat we de hele dag een weinig sexy “ANWB-stel” zouden zijn. Er was geen weg terug! Dit is het dan voor vandaag! En we vroegen ons direct af of we dat dan, na al die jaren, toch geworden of aan het worden zijn? Ze had haar groene save-a-duck jas aan, ik mijn blauwe. Ze had daaronder een blauw vest, ik ook. En daar onder een zwart T-shirt. Ik ook! Ze had gekozen voor een spijkerbroek, ik ook! Ze fietst op een zwarte Giant Expedition, een tweedehands terriër van weleer onder de vakantiefietsen; ik heb precies dezelfde fiets. We kochten de tweedehands fietsen tegelijkertijd en we bedongen een mooie korting. En vaak betrappen we elkaar soms ook nog elkanders gedachtes te kennen bij het zien van bepaalde onderwerpen!

De vraag die dus op de lippen brandt: zijn wij in de jaren ongewild ook een ANWB-stel geworden? Zijn ook wij daar zo maar in gegroeid? Gaat dat dan zo? Het is allemaal zo logisch. Het lijkt er vandaag verdomme wel erg veel op. En we zijn als klap op de vuurpijl dan ook nog al decennia lang trouw lid van de ANWB! Dat baart zorgen. Ben je dan gestopt met leven? Dat is de angst. Of begint het leven juist dan? We ontkennen het en blijven er aan werken! En onze jassen hebben we niet met korting gekocht, we hebben gewoon de volle prijs betaald. Bovendien is de mijne blauw en die van haar groen! En het zijn overigens, heel belangrijk, geen Human nature-jassen! En mijn vrouw houdt van tennis, ik niet. Dat geeft hoop. Maar wij houden ook van fietsen! We zijn gewaarschuwd!

Rood, wit, blauw blij op een Dommelse Dijk

Eindelijk zijn ze daar weer: de klaprozen. Ik word er elk jaar weer zo vrolijk van..

Deze foto wil ik u niet onthouden. Gewoon omdat je er rood, wit, blauw blij van wordt. Ik heb hem vanochtend nabij het Bossche broek gemaakt. Het, gelukkig nog steeds niet gemaaide Broek, ligt er overigens prachtig bij dit jaar! Ik wandelde daar naar toe via Oud-Herlaar. Daar zien we ook een mooie ontwikkeling van het, wat ze noemen, Buitenmuseum; een nauwe samenwerking tussen het Brabants landschap en het Brabants Museum. Het wordt een bron van inspiratie voor kunstenaars nauw verbonden aan de natuur naar men zegt. Het lijkt me een vruchtbare samenwerking op die unieke plek. Ik hoop ook in de toekomst als wandelaar van deze stilteplek te kunnen blijven genieten en hopelijk ook blijft het hek open.